Eeuwenoud beekdallandschap

Wiede van de Lende Tjaskermolen bij nijeholtpade - Lendedal
Zuidoost-Friesland wordt vaak geassocieerd met de bossen en heidevelden rond Appelscha, Bakkeveen, Beetsterzwaag en Oranjewoud. En de overweldigende natuur van het Fochteloërveen en de Rottige Meente. De regio behoort echter grotendeels tot het beekdallandschap van het Alddjip, De Tsjonger/De Kuunder en De Lende. Tijdens de ijstijd ontstane waterlopen die een belangrijke rol speelden in het ontstaan, de cultivering en bewoning van de ‘arme zandgronden’.

Hoogten en dalen

De Zuidoosthoek ligt op de uitlopers van het Drents Plateau dat in noordwestelijke richting afloopt. Voor de afwatering in westelijke richting zorgden riviertjes als De Boarn, De Drait, De Tsjonger/De Kuunder en De Lende, waarvan de beekdalen in de voorlaatste ijstijd (het Saalien, tussen 200.000 en 130.000 jaar v. Chr.) door de oprukkende ijstongen en later door het smeltwater werden uitgesleten.

Uitlopers Drents plateau


In de laatste, minder koude en droge ijstijd (Weichselien, 115.000 – 10.000 v. Chr.) werd het gebied bedekt met een forse laag zand dat de keileem afdekte en de beekdalen grotendeels opvulde. In deze koudeperiode boog ook de benedenloop van De Drait om naar het noordwesten en kregen De Boarn en De Tsjonger/De Kuunder hun meanderende loop die in later eeuwen door de mens werd rechtgetrokken.