Pracht en praal van aristocraten

Vanaf eind 17e eeuw schoten de royale buitenverblijven en sierlijke landhuizen als paddenstoelen uit de grond. In Friesland voornamelijk in de dorpen Oranjewoud en Beetsterzwaag. Met als voornaamste opdrachtgevers en bewoners aristocraten, waaronder de adel. 

Tussen Oudeschoot en het voormalige Bronger Gea liet regentes Albertine Agnes van Oranje-Nassau (1634 – 1696) een vorstelijke buitenplaats aanleggen. Ze ontving hier voorname gasten, waaronder Europese vorsten en rijke huwelijkskandidaten voor haar dochter Amalia. Het gebied heette toen nog ‘It Wold’. Tegenwoordig staat de plaats bekend als Oranjewoud, vernoemd naar het buiten van de Oranjes.

Oranje-Nassau

Prinses van Oranje Albertine Agnes was getrouwd met stadhouder Willem Frederik graaf van Nassau-Dietz. Na zijn dood in 1664 werd zij, voor haar zoon Hendrik Casimir II, regentes van Friesland. Ze kocht in 1667 landgoed It Wold. Ze liet dit verbouwen en fraaie lanen, singels en een landschapspark in barokstijl aanleggen. Albertine stierf hier ook, waarna haar stoffelijk overschot werd bijgezet in de grafkelder van de Friesche Nassau’s in Leeuwarden.