Van oude bossen tot jong natuurterrein

Zuidoost-Friesland kent vele beschermde natuurgebieden en schitterende nationale parken. Misschien wel de meest zichtbare en tastbare overblijfselen van de rijke cultuurhistorie van deze regio.

Één van die nationale parken is het Drents-Friese Wold. Met 6000 hectare, naast de Veluwe, het grootste aaneengesloten bosgebied van Nederland. Zoals de naam al doet vermoeden ligt het park in Drenthe en Friesland. Aan de Friese kant grenst het aan Appelscha. Kenmerkend voor het bosrijke gebied zijn de heidevelden, stuifzanden en aangrenzend de typerende esdorpen (zie kader).

In het midden van het park ligt ook een onderduikershol dat dateert uit de Tweede Wereldoorlog. Vandaag de dag trekt het Drents-Friese Wold talrijke toeristen en recreanten die dankbaar gebruik maken van de vele fiets-, wandel- en ook paarden- en mountainbike-paden die het gebied doorkruisen. In mei wordt er elk jaar een internationale wandelvierdaagse georganiseerd.

Esdorpen

Waar we in het beekdallandschap langgerekte wegdorpen aantreffen, liggen aan de bovenloop van De Tsjonger/De Kuunder en De Lende tal van esdorpen en esgehuchten, waarvan Oosterwolde, Oud Appelscha en Boekelte de bekendste zijn. Opvallend is dat deze dorpen een meer langgerekte, en minder vanuit de kern ontstane, bebouwingsvorm hebben. Ze lijken meer op de wegdorpen in de beekdalen dan op de Drentse esdorpen met hun brinken, die we ook in Zandhuizen en Tronde aantreffen.

Fochteloërveen

Evenals het Drents-Friese Wold ligt ook het Fochteloërveen op de grens van beide provincies. Dit gebied geldt als één van de weinige én best bewaarde hoogveengebieden van Nederland. Dat dankt het gebied aan het feit dat het vroeger vrij geïsoleerd lag. Toen de turfgravers er eindelijk aan toe waren, daalde de vraag naar turf. Tot 1980 werd er overigens turf gestoken en werd haar bestaan als natuurgebied bedreigd. Tegenwoordig beheert Natuurmonumenten het Fochteloërveen.