Van de heren van ’t veen tot de turfroutes

Veenwijk in compagnonsbossen Ravenswoud ©SjoerdKooiman Damshus
Hoe anders zou Zuidoost-Friesland er uit zien zonder de vervening en turfwinning die in de 16e eeuw startte. Dorpen als Drachten, Gorredijk en Noordwolde ontlenen er hun ontstaan aan. Evenals de vele vaarten en natuurgebieden.

De heren van ’t veen

Rijke zakenlieden zetten halverwege de Gouden Eeuw, in het tegenwoordige Heerenveen, de vervening van Friesland in gang. Men ontdekte dat het gedroogde veen (turf) als brandstof kon dienen én dat daar veel geld mee viel te verdienen. Voornamelijk in de Randstad én door de veenbazen zelf. De veenarbeiders kwamen van heinde en verre en leidden een overwegend schamel bestaan. De laatste veenkolonie, Ravenswoud, werd rond 1850 gesticht.

Oudste kolonie

Heerenveen is de oudste hoogveenkolonie van ons land. In 1551 ondertekenden de zakenlieden Van Dekema, Van Cuyck en Foeyts de oprichtingsakte van de Schoterlandse veencompagnie. De ondertekening luidde de geboorte in van Heerenveen en het graven van de Heeresloot en Schoterlandse Compagnonsvaart. De drie mannen, ‘Heeren van ’t veen,’ zijn indirect de naamgever van het dorp dat de afgelopen decennia uitgroeide tot een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven.

Domela Nieuwenhuis

De vervening van Zuidoost-Friesland had ook invloed op het politieke klimaat. Het Nederlandse socialisme heeft er zijn bakermat. Ferdinand Domela Nieuwenhuis zat namens de Sociaal Democratische Bond (SDB) in 1888 als eerste socialist in de Tweede Kamer. De oud-predikant was een begenadigd spreker en kwam op voor de veenarbeiders die overwegend onder erbarmelijke omstandigheden werkten en leefden. Ze woonden veelal in plaggenhutten, spitketen genoemd, soms wel met negen personen. Vele veenarbeiders zagen in Domela hun verlosser. De politieke partij de PVDA, en haar voorloper de SDAP, komt voort uit de SDB.

Zuidoost-Friesland bakermat van het socialisme